Een klein tochtje om er in te komen …

De eerste rit van 2019 is een feit en sneller dan voorzien. Niet zoveel foto’s genomen omdat ik er tegen op zag om mijn handschoenen telkens uit en aan te doen.

Bij elke dag met zonneschijn begon het te kriebelen om met Lady Lavender een tochtje te maken. Stoorzenders zorgden er voor dat dit niet kon gebeuren.

Zondagochtend had ik weer zo een moment. De zon scheen wel niet maar het was droog. Ik wou mijn hoofd eens goed leegmaken van alle zorgen en muizenissen.   Na mijn boodschap bij Creasis, waar het solden was, kwam ik thuis en vroeg ik aan Roosje om een tochtje te doen via het fietspad in onze grote achtertuin.  20 km om te starten met voor mij het oog om zo verder op te bouwen.

Mooi plan om te beginnen. Roosje wou eerst op zijn rollen rijden maar ging toch op mijn vraag in.  In zijn gps zat een mooi tochtje met weinig kasseien.

Het was behoorlijk grijs en mistig buiten maar het was niet koud.

Via de Onderbos en de grotte van Melden reden we links het fietspad op om van daar dan richting Koppenberg te rijden. De Koppenberg hebben we “links” laten liggen en was nu de enige berg die we niet gedaan hebben.  De Rotelenberg wel. Vandaar ging de weg richting Kortekeer naar Maarkedal.  Daar was de onderbossenaar met bovenaan de Onderbossenaarmolen.  Er stond daar ook een richtingaanwijzer “Het genot op den berg”.

20190106_1401001933705725859030717.jpg

Vandaar richting Schorisse. Langs het Hof van Ijs dat gesloten is.  Dju toch. Ik al doodblij want in Schorisse is ook de Amberhoeve waar je gezellig een heerlijke tas chocomelk met iets bij kan nuttigen.

We reden de straat voorbij (diepe zucht) om de volgende straat rechts te nemen. De Amberhoeve zag ik in de verte liggen. Smachtend naar een Ginger beer lemonade reden we richting Zegelsem.  Hier dacht ik dat we richting Oudenaarde gingen terugrijden.  Dat was niet het plan.  Roosje had een korte duurrit voorzien. Eéntje die Roosje regelmatig als training doet. En trainen zouden we.

Een korte rit van kasseien als uitloper van de Haaghoek. Kasseien zijn dus echt niet mijn ding.  Nu weet ik waar de term “flubberarmen” vandaan komt.  Ik heb het aan de lijve ondervonden.  Er is nog veel werk om deze opnieuw gestroomlijnd te krijgen. Dat is een zekerheid.  Maar aangezien ik geen voornemens heb op dit vlak zien we wel hoe die in de toekomst zullen verdwijnen.

Vandaar richtig Leberg.  Om via Michelbeke de Berendries te beklimmen. Van Brakel naar de Valkenberg waar ik volgens de “legende” verwekt zou zijn. Back to my roots dus.

Terug naar Brakel gefietst voor de Ten Bosse, Elverenberg, van Vossenhol naar Sint-Maria-Oudenhove via de Boembekemolen naar Rozebekeplein te fietsen. Dan de Rekelberg, Heuvelgem, Sint-Maria-Horebeke, Mater, Kerzelare, Edelare en tot slot naar Leupegem.

In Kerzelare maakte ik mij de bedenking of ze daar ook fietsen wijden in mei…  Als je het koud hebt krijg je van die rare gedachtekronkels.

Daarvoor, op zo een twintig km van huis begon ik het toch wel erg koud te krijgen zonder van de honger te spreken. In al mijn enthousiasme had ik geen lunch gegeten. Mijn aardbeisuikersnoep voor “extra” energie had ik niet gedoseerd maar gewoon in 1 keer opgegeten.  Een half uurtje later had ik weer honger.  Dan heb ik nog een kwart banaanenergiereep gegeten.  Tegen dan was er ook meer dan nood aan een sanitaire stop en aangezien het struikgewas rond deze tijd van het jaar zonder bladeren is voorzien was het op de tanden bijten tot thuis.  Het deed mij eventjes aan de afdaling van de Ventoux denken.  Daar zou ik ook wel wachten tot ik beneden was …  De langste 20 km van mijn leven.  It all came back to me.

Eens de Edelareberg beneden werd er getwijfeld of we nog richting Peletoncafé zouden rijden om er een “warme” choco te drinken. Het “waterpeil” stond echter al veel te hoog met kans op ongecontroleerde overstroming.  Omdat er geen zekerheid was dat het Peletoncafé open zou zijn wou ik hier echt geen risico nemen.  We zijn dan toch maar huiswaarts gekeerd. Op de teller stond er iets meer dan 60 km.  Verkleumd maar toch blij dat we “dit” tochtje gedaan hadden. Elk op zijn manier.

Nadat ik met mijn ijsblokjes van voeten veilig ut de klikpedalen van mijn fiets was geraakt heb ik eerst nog een dikke 15 minuten aan het sukkelen geweest om mijn handschoenen uit te krijgen. de sleutel uit mijn rugzakje van mijn jas te peuteren, deze in het slot te steken, mijn camelback los te maken, een poging te ondernemen om mijn bovenvest uit te krijgen, ondertussen de kat te aaien die superblij was mij te zien om zo met koersschoenen met overtrek nog aan verder te strompelen naar de “kleinste” kamer.  De lastigste laatste meters voor een gelukzalig moment.

Daarna hebben we ons een warm drankje klaargemaakt en uitgedronken gevolgd door een hete douche die de ijskoude ledematen opnieuw deden ontdooien. Het was de bedoeling dat ik nog eten zou klaarmaken maar we hebben dan uiteindelijk besloten om een “Van der poelke” te doen en onze menig verbrande calorieën opnieuw aan te vullen met een goed pak friet uit de beste frituur van Oudenaarde “Frituur en eethuis de Meersbloem”.  Dat het heeft gesmaakt moet ik er niet bij vertellen.

De avond was snel om want we we waren moe en zijn in bed gekropen. De nacht was veel te kort en de wekker was allesbehalve een aangenaam geluid.  Ook Biloute was er niet over te spreken.  Wat duren weekends toch veel te kort when you are having fun.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s